Wereldkampioenschap in Baku Azerbaijan

foto: Remco Huvermann Photography


Van 1 tot 8 juni was ik in Baku, Azerbaijan voor de wereldkampioenschappen BMX. Dat was een heel bijzonder avontuur.
Het avontuur begon al op Schiphol. Voor het eerst ging ik samen met mama naar een wedstrijd, en dan ook nog naar het WK. Dat was voor mij, maar ook voor mama wel even wennen. We zouden samen Jaro van Lier en zijn vader vliegen, zodat we het nog een beetje gezellig konden maken. We zaten ook met hun in het hotel dus met die gezelligheid zou het helemaal in orde komen.
De vliegreis ging op zich redelijk snel. We vlogen van Amsterdam naar Istanbul, moesten daar drieënhalf uur wachten voordat we door gingen naar Baku. Op het vliegveld in Istanbul merkte ik dat ik best wel moe was, dus ging ik op een van de banken liggen om even een tukkie te doen. Het was hartstikke rustig, dus dat kon makkelijk. Toen ik een poosje later mijn ogen weer opendeed was het helemaal niet rustig meer. Om me heen stonden allemaal tassen van BMX’ers en overal waar ik keek zag ik BMX’ers uit alle landen van de wereld. Ik zag een jongen uit Colombia, bij wie ik vorig jaar in Amerika in de manches zat en nog veel meer bekende en minder bekende gezichten. Maar een ding was duidelijk; we waren niet de enige BMX’ers op weg naar Baku. Dat zou nog wat worden om al die fietskoffers straks in dat ongetwijfeld veel kleinere vliegtuig te krijgen.
Na een korte vlucht van Istanbul naar Baku kwamen we inclusief alle koffers aan bij ons hotel. Op het vliegveld werden we keurig opgewacht door iemand van het hotel met zo’n bordje waar onze namen op stonden. Dat scheelde gezoek. Na een korte verkenning door het hotel en omgeving ging de vader van Jaro onze fietsen opbouwen. Wij (Jaro en ik) konden ondertussen even naar het zwembad. Toen de fietsen in elkaar stonden zijn we meteen gaan fietsen om de benen los te maken. Dat was hard nodig na de vliegtuigstoelen en het rondhangen op vliegvelden. Zo konden we ook meteen even rond kijken in de omgeving. Ons hotel was vlakbij de baan en vlakbij het strand. Dat was dus heerlijk. Bovendien konden we aan de boulevard bij het strand mooi sprints doen de komende dagen. Wat wel meteen opviel was dat het enorm hard waaide. Ook bij de baan, zo zouden we de volgende dag ontdekken.

foto: Remco Huvermann Photography

Op zondag hadden we de eerste landentraining. Die ging best goed, ik voelde me al snel thuis op de baan. Hij was heel breed en heel snel. De snelheden zouden hier erg hoog zijn en er was heel veel ruimte om in te halen. Waar ik wel even aan moest wennen was dat de startheuvel voor ons aan de buitenkant lag, dat betekende dat het eerste stuk naar de binnenkant toe opeens veel breder werd omdat na een paar meter het deel vanaf de 8 meter heuevel erbij kwam. Normaal ligt dat aan de buitenkant en hoef je daar dus geen rekening mee te houden. Nu zou er vlak na de start opeens heel veel ruimte aan de binnenkant ontstaan. Dat zou oppassen worden. De training was druk, maar ik stond als een van de eersten boven en kon dus ook flink wat rondjes rijden. Het voelde goed. Ik had de baan snel onder de knie. Alleen de dubbele heuevel aan het einde van het wteede stuk wilde ik springen omdat ik zeker wist dat het sneller was, maar met de wind die er nu stond was dat wel een groot risico. Hopelijk zou er morgenochtend minder wind zijn, zodat ik een nieuwe kans kreeg.
De rest van de dag hebben we gedaan wat je doet als je toerist bent: rondkijken, de stad bewonderen, een goed restaurant zoeken. En daarna wat een sporter doet: op tijd naar bed gaan. Ik had een schema gekregen van Henry van der Vegt, mijn trainer, waarin keurig stond wat ik iedere dag moest doen en wanneer ik dat moest doen. En genoeg rust stond daar natuurlijk ook in.
Maandag stond de tweede landentraining op het programma. Dit keer moesten we als eerste vroeg in de ochtend trainen. De wind was nu minder en ik merkte dat ik die dubbele heuvel inderdaad makkelijk kon springen. De rest van de baan en het starten had ik goed in de vingers (of wielen) dus wat mij betreft konden we wel beginnen. Maar zover was het nog niet. Eerst moesten de cruisers nog rijden (op dinsdag) en de rijders onder de 12 op woensdag. Die dagen hebben we doorgebracht met trainen, zwemmen, de toerist uithangen en proberen wat van de wedstrijd mee te krijgen.

foto: Remco Huvermann Photography

Donderdag was het dan zover: de grote dag. Op tijd opstaan en naar de baan. Ik was best een beetje zenuwachtig nu. Ik had de lijst gezien met rijders bij wie ik ingedeeld was en daar zaten een paar bekenden bij en dat waren niet de minsten. Mijn vader had al gezegd dat niemand zomaar even voor de lol afreisde naar Baku, dus dat iedereen die ingeschreven stond snel was. vanaf moment 1 zou ik vol moeten gaan. Niet inhouden, telkens iedere rit weer voor de winst. Dat was ook mijn plan.
Na een korte warming up ging het dan echt gebeuren; de eerste manche. Aan het hek voelde ik de zenuwen nog wel, maar die waren direct na de start verdwenen. Naast mij was Enzo Leclerc een fransman die ik ken van Europese rondes ook snel gestart. Na de eerste bocht pakten we meteen een paar meter op de rest. Op het tweede stuk merkte ik dat ik sneller was. Ik wilde er voorbij, maar waar? Op de grote dubbel voor de tweede bocht rijdt Enzo iets teveel aan de buitenkant. Daar lag de kans, het was een gaatje, klein, maar een gaatje. Ik sprong de dubbel en stuurde na de landing meteen onder hem door. De bocht was heel wijd, dus ik wist dat ik dicht bij hem moest blijven om hem geen ruimte te gunnen, anders was mijn poging gedoemd te mislukken. Ik draaide onder Enzo de bocht door, maar liet hem geen centimeter ruimte, hij kon doorfietsen, maar er was geen plek om weer naast me te komen. Ik had zodoende op het derde stuk meer snelheid en kon met een mooie voorsprong het laatste stuk op draaien. Eerste! Dat was een mooi begin.
Nu uitfietsen, drinken, wat eten en meteen weer aan de bak. Het ging redelijk vlot. Er zat niet heel veel tijd tussen iedere rit. In de tweede manche was Enzo weer sneller weg, maar ik bleef dicht in zijn buurt. Dit keer maakte hij geen fouten. Ik zocht wel, voelde dat ik sneller was, maar kon geen goede plek vinden om hem in te halen. Tweede. Dat was weer een mooi resultaat. Op naar de derde manche. Die verliep net als de tweede. Enzo als eerste weg, ik erachteraan. Ruimte naar de rest van het veld en ik was op zoek naar mogelijkheden om in te halen. Dat lukte weer niet, dus moest ik alweer genoegen nemen met een tweede plek. Dat was meer dan voldoende om de kwartfinale te kunnen fietsen, dus ik ging als een tevreden man terug naar het parc fermé.
Nu even rust pakken, even tijd om met mama te kletsen, wat meer te eten en me op te laden voor de kwartfinale.
In de kwartfinale stonden we met heel veel Nederlanders aan de start: Jason Noordam, Guus van den Eijnden, Jaro van Lier en ik. En natuurlijk ook nog wel vier ander rijders…

foto: Remco Huvermann Photography

Ik was goed weg bij de start, maar werd meteen gesandwicht tussen twee Fransen. De ellebogen vlogen me om de oren. Ik wilde wel door, maar het werd me min of meer onmogelijk gemaakt. Als zesde ging ik de eerste bocht in. Ik probeerde een kortere bocht te draaien dan de rest, om zodoende wat plekken goed te maken, maar dat lukte niet. Degenen die boven mij de bocht uitkwamen hadden meer snelheid en denderden het tweede stuk op. Voor me zag ik Guus, Jason en een Fransman de tweede bocht in duiken. Ik was te ver weg om iets te kunnen doen. maar ik moest. Alleen de eerste vier gingen door. Er moest nu echt ruimte komen, ik probeerde wat ik kon, maar de snelheid was hoog, en als aan een touwtje raasde het hele veld naar de finish. Ik deed nog wel een wanhoopspoging in de laatste bocht, maar dat liep ook op niets uit. Zesde. Ik was teleurgesteld. Het was over en uit. Ik was toch echt wel heel graag nog minimaal een rondje verder gekomen. Opeens was het voorbij. Ik had even tijd nodig om dit verwerken. Gelukkig stond mama al klaar om me op te vangen. Ze was trots, en ja het was jammer, maar dat is BMX. Eén rondje, 45 seconden en dan moet alles kloppen.

Nu dan nog maar even kijken hoe de andere Nederlanders het doen, want morgenochtend gaan we al weer richting Nederland. Dat was nog wel even spannend dat kijken, want onder andere Yvette de Waard en mijn teamgenoot Tamar Vedder waren hard op weg naar de finale. Dus nog even bijkomen, genieten en dan op het vliegtuig naar huis. Terug naar het gewone leven.

foto: Remco Huvermann Photography

Leave a Reply

Wordpress Social Share Plugin powered by Ultimatelysocial